Het fatalisme als schadelijke woekerzwam

... was de titel van één van de enkele tientallen ‘driegeledingsopstellen’ die Rudolf Steiner schreef waarin hij de gebeurtenissen van zijn tijd becommentarieerde vanuit het perspectief van de sociale driegeleding. Veel van die opstellen verschenen in vroegere jaargangen van Driegonaal (en als we er tijd voor hebben gaan we ze allemaal weer toegankelijk maken).

Als we in de afgelopen, óf in de komende weken..
- in de media lezen over eerbiedwaardige bankiers die in de deskundige uitoefening van hun beroep het veld moesten ruimen voor de snelle jongens die werden gedreven door de zucht naar alsmaar grotere bonussen;
- als we horen hoe politici zich weer opsmukken met de ideologische verentooi die ten tijde van Rudolf Steiner al door motten was aangevreten;
- als holle-woorden-verkopers met droge ogen beweren dat zij ‘de nieuwe politiek’ brengen;
- als we vernemen dat de praktijken die in de financiële wereld tot de crisis van de afgelopen anderhalf jaar hebben geleid inmiddels weer alledaagse werkelijkheid zijn geworden;
dan zou je best wel eens aan een fatalistische gedachtengang ten prooi kunnen vallen.
Om dat weer te voorkomen volgen hieronder enkele fragmenten uit het opstel van Rudolf Steiner:


(…)
De laatste tijd konden we nog over een ander soort van politiek wondergeloof horen spreken. Men merkte, dat de oude partijgedachten geen politieke handelingen met enig perspectief opleverden. Men zag de onvruchtbaarheid in van het doen, of het eigenlijk niet-doen van de leiders, die uit de schoot van de partijwezen zijn voortgekomen. Doordat men dit is in gaan zien, roept men nu om vakmensen! Deze zouden dan vanuit andere inzichten, als ze maar partijloos zijn, de politieke onwerkzaamheid moeten vervangen door vruchtbaar, creatief werk.
Er leeft dus de veronderstelling dat er zulke 'vaklui' bestaan. Men hoeft zich slechts tot deze experts te wenden, en hen de zaken over te doen...! Wanneer zij dan, onbeïnvloed door partijleuzen van links of rechts, het stuurwiel van het politieke-sociale leven overnemen, dan zal dat wel tot resultaten leiden, - wordt er gedacht. Men ziet echter niet in, dat de noodsituatie waarin we nu verkeren, juist veroorzaakt is, doordat de ideeën van de oude experts in het slop zijn geraakt. Juist deze 'vakkundigheid' heeft immers die volledige richtingsloosheid veroorzaakt!
(…)
Dat er een verandering in de manier van denken moet plaatsvinden, wil men niet toegeven. Men neemt er genoegen mee om zich nieuwe vormen voor de verzorging van de oude gedachten te verwerven. Het is werkelijk alsof men er met alle middelen naar streeft om maar vooral geen nieuwe ideeën te hoeven te onderzoeken!
(…)
Men wil zich eenvoudig niet de moeite geven om stelling te nemen met betrekking tot werkelijke ideeën. Om deze redenen roept men om mensen, die men er niet op aankijkt wat zij te zeggen hebben maar die vanuit onbeproefde situaties tot vaklui zijn bestempeld. Men wil niet zoeken hoe men een werkelijk nieuwe opbouw zou kunnen bewerken, men wil op de verlossende verandering wachten, die gelijk een wonder moet komen. We zullen alleen maar beleven, dat die vaklui na enige tijd de onvruchtbaarheid van hun vakkennis zullen moeten openbaren, en dat in die tussentijd de chaos nog groter is geworden.
Tegen deze vlucht en angst voor ideeën strijdt de beweging voor de driegeleding van het sociale organisme sinds zij geprobeerd heeft zich in het openbare leven te vestigen. Deze 'driegeleders' moesten vanaf het begin wel zeggen, dat alle experimenten, die in het sociale leven zijn beproefd, steunend op het soort ideeën, dat heeft meegewerkt aan de ongelukkige, - tot niets kunnen leiden. Wie zien wil, hoe zich de situatie, na het zogenaamde sluiten van de vrede (die een einde maakte aan de eerste wereldoorlog – red.) , verder ontwikkeld heeft, die moet toch eindelijk tot het inzicht komen dat de manier waarop de driegeleders zich opstellen ten aanzien van de hopeloze vernieuwingsprojecten, door de feiten een zekere bevestiging gekregen heeft.
Niet het wachten op een wonder, dat - niemand weet waarvandaan - komen zal, maar alleen de wil tot richtinggevende ideeën kan ons verder helpen. Het fatalisme, waarin we beland zijn, is het allerbelangrijkste kenmerk van deze tijd, want het verlamt de wil om te komen tot gerichte ideeën. En als deze verlamming zich voortzet, dan treden er destructieve instincten in de plaats van opbouwende en gezonde gedachten. En het resultaat van deze wilsverlamming kan tenslotte alleen maar de volledige ondergang zijn. En verder - velen durven het al uit te spreken! - zijn we al een eind op weg met die destructieve instincten.
Er is een punt op deze weg naar de vernieling waarop er geen wonder zal gebeuren, maar waarop zoveel oren doof zullen zijn dat redelijke argumenten zich niet meer hoorbaar kunnen maken. Vandaag zijn weliswaar de oren niet doof, maar er is geen wil bij de mensen om het gehoorde tot gelding te laten komen. Daarom moet steeds weer opnieuw met nadruk worden gezegd: "De redding kan alleen komen, wanneer een voldoende groot aantal mensen in de wil wordt aangesproken, om mee te werken aan het veranderen van de bestaande denkwijze. Wie voor dat werk terug schrikt, komt niet in aanmerking voor wat er in onze tijd voor de verdere ontwikkeling van de mensheid het meest noodzakelijk is.